Om te zorgen dat Nederland in 2050 alle gebouwen CO2-arm verwarmt, moet de energietransitie veel sneller gaan dan nu het geval is. Om te kunnen versnellen, moet de overheid meer duidelijkheid geven over wie verantwoordelijk is en moet er geïnvesteerd worden.

Dit stelt de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (RLi) in het rapport ‘warm aanbevolen’ dat vandaag is aangeboden aan minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Download het rapport

De RLi omschrijft het aardgasvrij maken van Nederland als ‘de grootste naoorlogse verbouwing van Nederland’. Tot 2050 moeten jaarlijks 200.000 woningen CO2-arm gemaakt worden.  Dit jaar zijn dat slechts enkele duizenden per jaar. Om 2050 als einddatum niet uit het zicht te verliezen, is een ‘startmotor’ nodig. De woningbouwcorporaties zouden die startmotor kunnen vormen, maar willen daarvoor wel meer geld van de overheid.

Om de transitie succesvol te maken, zijn twee randvoorwaarden essentieel: verbinding en duidelijkheid. Die duidelijkheid moet vooral komen over wie verantwoordelijk is, de omvang en de verdeling van de kosten en hoe de transitie gefaseerd wordt. De verbinding moet vooral gezocht worden met huishoudens en wijken.

Bronnen: Duurzaam bedrijfsleven.nl en NOS